Het geloof algemeen
Voor de verlichting geloofde bijna heel Europa in God. Dit betekent dat iedereen christen was. Tijdens de verlichting veranderde dit en ontstond secularisering. De godsdienst werd minder belangrijk voor de mensen. Men ging beter nadenken en werd kritischer. De verlichtingsdenkers liepen hierop voor op de gewone burgers. Zo vertelden zij aan het volk dat niet alles wat er in de kerk verteld wordt waar is. Zelf nadenken was belangrijker dan het luisteren naar wat andere mensen je probeerden wijs te maken. De mensen gingen daarom ook mee zelf nadenken en minder luisteren naar de kerk. Dit zorgde ervoor dat de kerk minder macht kreeg.
In 1696 gaf John Toland (een Iers-Britse denker) een boek uit. Dit boek heette “Christanity not Mysterious”. Hierin vertelde hij dat de Bijbel voor een deel een vervalsing was en dat de kerk als doel had het volk te misleiden.
Spinoza schreef in zijn Theologisch-politiek Tractaat (1670) dat het christendom en het jodendom alleen maar zo populair waren omdat het zo van generatie op generatie werd aangeleerd, niet omdat ze hun preken en verhalen baseerden op feiten.
Het was belangrijk tijdens de verlichting dat je gedachten- en geloofsvrijheid had. Je mocht zelf bepalen welk geloof je had en of je een geloof had, je mocht je eigen mening geven en je mocht vrije gedachten hebben. Dit werd beïnvloed door “Brieven over de Verdraagzaamheid”, een werk van John Locke uit 1689. Hierin beschreef hij dat hij dacht dat mensen niet langer arm hoefden te zijn of onderdrukt hoefden te worden als ze hun verstand en vrijheid zouden gebruiken. Zo nam ook de wetenschap langzaamaan de plaats in van God.
Verlichtingsdenkers hadden veel kritiek op religie. Ondanks de kritiek geloofden de meesten van hen wel in een god.
Tijdens de verlichting zijn er twee fases geweest: de vroege verlichting, ook wel de radicale verlichting genoemd. Mensen wilden geen enkel geloof aanhangen. Ze waren radicaal. Ook had je de gematigde verlichting. In deze fase werd de religie iets wat je had of wat je niet had. Het was niet meer zo belangrijk als vroeger. Er werd geen probleem van gemaakt.
Tijdens de verlichting stond er geen specifiek geloof centraal. Het liefste hadden mensen dat er geen enkel geloof was. Maar in de latere fase van de verlichting waren geloven al moderner. Er waren regels en wetten binnen het geloof waar je je aan moest houden. Sommige hiervan werden in de tweede fase afgeschaft, andere werden aangepast zodat ze beter bij de tijd pasten waar de mensen in leefden.
Maak jouw eigen website met JouwWeb